In de stad was er zaterdagmarkt. Deze kenmerkt zich door het grote aantal 'standwerkers'. U kent ze wel, van die schreeuwerds met van die producten waarvan je denkt 'wat moet ik ermee', zelfs nadat er een demonstratie is gegeven.
Eén van de stands verkocht spinners met een opdraaimechanisme (vroeger noemden we die dingen toch echt gewoon
tollen hoor!). Daarnaast had hij nog een stuk of 15
waterjojo's liggen.
Ik vroeg hem of hij zich ervan bewust was dat die dingen verboden waren. "Waarof ik me wel niet mee bemoeide" en "Zal hem 'n rotzorg zijn. Hij moet zijn boterham verdienen".
Ja, 't zal hem een rotzorg zijn als er een kind stikt, als hij die vijf euro meer maar in zijn zak kan steken...