[ links]   []   [archief]   [index]

Een bataafse nederzetting onder de rook van Ulpia Noviomagus

In het overstromingsgevoelige gebied aan de noordzijde van de Waal koos men de hoogste delen uit op om te wonen. Dat verklaart de vondsten uit diverse periode op een langgerekte zandrug onder het Woonpark Oosterhout. De oudste overblijfselen dateren al van vr 2000 BCE, uit de jonge steentijd. rond het begin van de jaartelling wordt de zandrug zo intensief benut dat er al in de 1e eeuw een lintbebouwing ontstaat.
Deze inheemse nederzetting geeft ons een inzicht in de relaties met hoog-Nijmegen. Hoewel de bewoners in eenvoudige boerderijen van hout en vlechtwerk leefden, beschikten ze over luxe-artikelen die we in andere landelijke nederzettingen in het riviergebeid zelden of nooit tegenkomen. Dit duidt op veelvuldige contacten met de burgerlijke en militarie Romeinse vestigingen aan de andere kant van de Waal. Kortom: een landelijke nederzetting met enige stadse fratsen.

Bataven of 'Bataven'?
Door de geschiedschrijving van de Romeinse auteur Tacitus hebben we lang in de waan geleefd dat de Bataven zich in een onbevolkt gebied vestigden. Het archeologisch onderzoek in de Betuwe, het 'eiland van de Bataven', toont ons echter een andere situatie: de streek is omstraks het begin van de jaartelling voortduren bewoond geweest.
Uit muntvonsten blijkt dat de Duitse immigranten zich rond 40 BCE in het rivierengebied vestigden, temidden van de autochtonen bevolking. De assimilatie verliep blijkbaar zo voorspoedig dat de etnische mengelmoes al snel een eenheid werd: de stam der Batavan.
De nederzetting in Oosterhout is n van de woonplaatsen in het rivierengebied waar de bevolking vanuit de late ijzertijd tot in de Romeinse tijd te volgen valt. De bewoners zijn dus zowel gebataviseerd als geromaniseerd.

Een Exotische Waterput
Een van de waterputten in de nederzetting was beschoeid met planken van een houtsoort die hier indertijd niet voorkwam: zilverspar (Abies Alba). Midden-Europa is het meest waarschijnlijke herkomstgebied. Doordat deze houtsoort ook op verschillende plaatsen in hoog-Nijmegen is vastgesteld, mogen we aannemen dat de Romeinen een geregelde aanvoer in stand hield, via de Rijn en de Waal. Een bataafse familie zal dit hout voor de waterput in de stad hebben verkregen.
Goede sier met Romeinse waar
Uit de nederzetting komen talloze voorwerpen die ene Romeinse oorsprong hebben. Het gaat niet alleen om dagelijkse gebruiksvoorwerpen zoals aardewerk, maar ook om metalen sieraden, spiegels en zelfs medische attributen. Met brozen sierbeslag en glazen kralen werd paardentuig verfraaid. Omdat de muntomloop nog bescheiden was, zal met luxe-artikelen veelal door ruilhandel in hoog-Nijmegen hebben verkregen. Vee, vlees, leer en akkerbouwproducten wren daar gewilde artikelen. Daarnaast mogen we een speciale rol toedichten aan de uithuizige mannen van het dorpje. Verscheidene bewoners zullen gediend hebben in de Bataafse hulptroepen van het Romeinse leger. Zo kwamen ze her en der aan sieraden en snuisterijen voor zichzelf, hun paarden en de achtergebleven familieleden.

bron:Bureau Archeologie, gemeente Nijmegen
Tekst: Peter van den Broecke