[ links]   []   [archief]   [index]

Archeologie in de Waalsprong

Wonen op een schatkamer
De toekomstige bewoners van de 11.000 woningen die in het gebied van de Waalsprong worden gebouwd, belanden letterlijk op een archeologische schatkamer. Zeven jaar geleden begon de gemeente Nijmegen met een uitgebreid onderzoek naar de bodemschatten die bijna letterlijk voor het oprapen liggen. Een deel zal echter niet boven de grond worden gehaald.
Wie een indruk wil krijgen van de archeologische rijkdom van de Waalsprong, doet er goed aan de expositie van de Stichting Historische Tuin in Lent te bezoeken. In dit authentieke warmoezeniersbedrijf, een eenvoudig tuiniersbedrijf van voor de oorlog, is in een speciaal ingerichte ruimte een aantal bijzondere vondsten uit het gebied tentoongesteld.
Het meest opzienbarende is het dubbelgraf uit de Vroege IJzertijd (ongeveer 600 voor Chr.). De overblijfselen van een man en een vrouw zijn compleet met de grond waarin ze lagen, opgetild en naar het museum getransporteerd. Opmerkelijk is de gaafheid van de gebitten. Het unieke aan deze vondst is het feit dat het in de betreffende periode gebruikelijk was de overledenen te verbranden, de as in een urn te stoppen en deze te begraven. Waarom dat in dit geval niet gebeurde, is een mysterie.
De expositie biedt nog tal van andere bijzonderheden. Uniek zijn drie kleine terracotta beeldjes van de Romeinse godin Cybele met twee leeuwen. Aangezien ze zijn gevonden buiten het door Romeinen gecontroleerde gebied, laten ze zien dat de inheemse bevolking religieuze gebruiken overnam van de bezetters. Ook de vondst van houten schrijfplankjes en sieraden wijzen op de zogeheten romanisering van het Betuwse platteland.

Bulldozers
Naast de expositie van archeologische vondsten is er een beknopt overzicht te zien van de bewoningsgeschiedenis van deze streek. Die begon al zo’n 5500 jaar geleden toen men hier leefde van de jacht, visvangst en het verzamelen van vruchten en eetbare planten. Later schakelden de bewoners over op een boerenbestaan en kwamen ze in contact met de Romeinse overheersers. Dat er uit deze lange periode zoveel waardevols bewaard is gebleven, komt door de bodem die hier bestaat uit zandig klei. Deze bodemsoort is vruchtbaar en gemakkelijk te bewerken waardoor het hier goed boeren was. De klei zorgde voor een perfecte conservering van alles wat in de grond terechtkwam. De toekomstige bewoners van de wijken die hier verrijzen, moeten zich realiseren dat ze niet de eersten zijn die hier hun sporen achterlaten en hoeven zich dan ook niet te verbazen wanneer zij iets bijzonders vinden in hun nieuwe achtertuinen.
In tegenstelling tot de meeste andere boerderijen in de omtrek mag de Stichting Historische Tuin blijven. “Over tien jaar staat het hier helemaal vol”, verzucht medewerker Willem Hakkert terwijl hij wijst naar de omliggende velden. "Hele tuinbouwbedrijven moeten hier verdwijnen voor nieuwbouw. Daar stond een honderd jaar oude boerderij die plat ging voor een busbaan”.
Archeologen overleggen met de bouwers over de planning van de werkzaamheden, zodat ze de belangrijkste dingen uit de bodem kunnen halen. Na een periode van twee jaar, waarin de bouw stil lag en de archeologen het rijk alleen hadden, is dit nu weer actueel. De gemeente heeft deze tijd gebruikt om naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State een Milieu Effect Rapportage uit te voeren. Nu hieraan is voldaan worden de bouwactiviteiten in de loop van dit jaar hervat.
Peter van den Broeke, werkzaam bij het Bureau Archeologie van de gemeente, is coördinator van het onderzoek in de Waalsprong. In zijn rapport ‘Vindplaatsen in Vogelvlucht’ dat vorig jaar verscheen, staat een beknopt overzicht van de resultaten tussen 1996 en 2001. Van den Broeke legt uit dat er op basis van een vooronderzoek met grondboringen 67 vindplaatsen in kaart zijn gebracht. Om de bulldozers voor te blijven, is er een maandelijks overleg met de huizenbouwers. Door onvoorspelbare omstandigheden, zoals het aantal vondsten of zoiets banaals als het weer, duurt het opgraven soms langer dan verwacht en kunnen de archeologen niet alles onderzoeken wat ze willen. Bepaalde vondsten moeten dan worden achtergelaten in wat men het bodemarchief noemt. Dit gebeurt bij voorkeur op plekken waar de bodem het minst zal worden verstoord. “Daar kunnen we de komende honderd jaar niet meer bij”, aldus Van den Broeke.
bron:De Nijmeegse Stadskrant, april/mei 2003, door Wouter van den Berg