[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

"We weten niets van ons verleden"

We weten niets van ons verleden
Haagsche Courant, 310503
Het is eigenlijk al lang bekend, maar een onderzoek van het Historisch Nieuwsblad laat het nog eens pijnlijk zien: de Nederlander weet niets van zijn eigen geschiedenis. Bijna zevenhonderd mensen maakten een proefwerk en haalden daar gemiddeld een 4,2 voor. "Heel, heel erg treurig."
Laten we makkelijk beginnen, dachten ze nog: 'Wie waren de ouders van prinses Juliana?'. Helaas. Mensen die het dachten te weten, kwamen met antwoorden als Willem III en Anna van Saksen, Emma en Willem van Oranje en zelfs Claus en Diana. Een 15-jarige scholier uit Bergen op Zoom kwam niet eens aan antwoorden toe, omdat hij 'geeneens' wist wie Juliana is. Uiteindelijk had iets meer dan de helft van de deelnemers het goed: de ouders van prinses Juliana zijn Wilhelmina en Hendrik.
Het speciale proefwerk geschiedenis was gemaakt door het Historisch Nieuwsblad en de Stichting Actueel Verleden. Ze waren benieuwd hoe bekend de Nederlandse bevolking is met haar eigen historie. Vijftien vragen hadden ze bedacht, onder het motto 'Wat elke Nederlander moet weten'. Dat ging dan van de positie van de monarchie, via het belang van religie, naar het trauma van de Tweede Wereldoorlog. Uiteindelijk deden er 683 mensen mee. Het gemiddelde, zo meldt het Historisch Nieuwsblad (HN) geschokt in haar nieuwste nummer, is een 4,2.
Frans Smits van HN zucht nog maar eens. Hij is er geen vrolijker mens van geworden.
"We hadden wel het vage vermoeden dat veel mensen niet over enorme historische kennis beschikken, maar hier zijn we toch van geschrokken. Ik heb alle formulieren persoonlijk doorgenomen, en er waren hele reeksen bij waar echt niet n goed antwoord op stond. Heel, heel erg treurig. Zeker als je bedenkt dat we het met opzet erg makkelijk hebben gehouden."
Iedereen scoorde laag: mannen, vrouwen, allochtonen, hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Op elk van de vijftien vragen kwamen antwoorden binnen die Smits en de zijnen hooglijk verbaasden. Zo wisten heel veel mensen niet wie Bonifatius was ('Had hij niet iets te maken met de VOC?' of 'Was hij soms stamhoofd van Friesland?') en wat hij kwam doen. Sommigen hielden het op ruzie zoeken namens de Romeinen, anderen dachten dat de geestelijke hier vakantie kwam vieren. En iemand was wel heel stellig: 'Bonifatius was een homo!' Ongeveer de helft had het goed: Bonifatius kwam hier het christendom verbreiden.
Ook bleken veel mensen nog nooit gehoord te hebben van Piet Mondriaan en Jeroen Bosch ('Is dat geen familie van Wouter?'), of van Abraham Kuyper en Hendrik Colijn ('Wie is dat in godsnaam?'). Een 52-jarige peuterleidster dacht dat de politionele acties bedacht waren door Willem Drees, die er zo voor wilde zorgen dat alle mensen sociaal verzekerd waren. En een 30-jarige chauffeur wist met stelligheid te melden dat de Eerste Wereldoorlog begon in 1903. Dat had hij zelf uitgerekend, 'want de Tweede Wereldoorlog begon in 1914'.
"Het is gnant", zegt Smits nogmaals. "Het gaat hier om fundamentele kennis over onze samenleving." Volgens de historicus moet de reden voor alle ellende niet alleen gezocht worden in de kwaliteit van het onderwijs, maar ook in de manier waarop de Nederlanders hun eigen verleden bezien. "Wij zijn altijd een beetje bang geweest voor onze geschiedenis. Uitgebreid terugkijken, dat is niks. Dat leidt alleen maar tot nationalisme en racisme, en daar willen wij niks van hebben. Onzin, natuurlijk. We moeten onszelf gewoon eens wat belangrijker gaan vinden. Ik weet zeker dat een dergelijk proefwerk in Frankrijk een veel hogere score had opgeleverd."
Een paar jaar geleden liet het Historisch Nieuwsblad de leden van de Tweede Kamer ook een proefwerk maken. Dat was wel iets moeilijker, maar van de score werd toen schande gesproken: een 4+. Er kwam prompt een commissie, die voorstelde in het geschiedenisonderwijs een minimumpakket van historische overzichtskennis aan te bieden. Een andere commissie werkte dat plan uit, en haar voorstel wacht nu al twee jaar op behandeling in de Tweede Kamer. "Dat zegt genoeg", sombert Smits. "We hebben de mond vol over al die buitenlanders die onze samenleving moeten leren kennen, maar er is blijkbaar niemand die vindt dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven.