[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

"Malle weddenschap creëerde keientrekker"

Malle weddenschap creëerde keientrekker
Utrechts Nieuwsblad, 310503
Sinds het bestaan van de soort zijn er mensen die zich laten verleiden tot de wonderlijkste activiteiten.
In 1661 wist ook Everard Meyster dat al. De Amerfoortse dichter en toneelschrijver bewoonde het landgoed Nimmerdor waar hij regelmatig vrienden ontving.
Aan de borrel met een aantal van hen, kwam het gesprek op die achterlijke Amersfoorters, die je werkelijk alles kon wijsmaken. Zoals het historische belang van een Scandinavische zwerfkei die, tijdens de eerste ijstijd op een enorme gletsjer richting Nederland getransporteerd, ergens buiten de Utrechtse poort tot stilstand was gekomen.
Meyster hield zijn vrienden voor dat hij een aantal van die idiote Amersfoorters wel degelijk zo gek kon krijgen om dat stuk graniet, met een geschat gewicht van zeven ton, tot binnen de poorten van de stad te slepen. De vrienden geloofden dat niet, maar Meyster sloot er een weddenschap op af. Je hoort het dédain, de bekakte tongval, het gelach over zoveel stompzinnigheid, en het ‘verdomd, kerel, schenk die roemer nog eens vol’.En ja hoor, een aantal stedelingen, aangelokt door het vooruitzicht van bier en krakelingen, hief het gevaarte op een houten slee en sleepte het achter zich aan de Varkensmarkt op. De toenmalige autoriteiten waren er niet blij mee, naar het schijnt.
In het land werd de spot gedreven met die domme Amersfoorters. In 1662 verodonneerden de beschaamde stadsbestuurders deze ‘steen des aanstoots’ ter plaatse onder de grond te stoppen. Hij bleef daar 241 jaar, totdat in 1903 een andere Amersfoorter, een zekere Hendrik de Goede en evenals Meyster begeesterd door mallotige ideeën, meende dat de kei weer moest worden opgegraven.
Volgens de analen duurde het drie dagen alvorens men op het gezochte graniet stuitte.
Deze week honderd jaar geleden, op 28 mei 1903, trokken in historische kleding gestoken stedelingen de Amersfoortse Kei naar het einde van de Utrechtse straat. Daar werd hij op een gemetseld ereschavot gehesen.
Sindsdien gaan de Amersfoorters door het leven als ‘keientrekkers’ en kreeg de kei de status van stadsicoon.
Aan de trektocht van de kei door de stad was echter nog geen einde gekomen. Na diverse omzwervingen belandde het relict uit de ijstijd in het plantsoen bij de Arnhemsestraat. Daar staat het nog steeds.