[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

Schuilkerk was huis van lichte zeden

Schuilkerk was huis van lichte zeden
De Gelderlander, 200503
De bouwer van het Huys te Druten, Hendrick Schenck van Nijdeggen, was wellicht niet zo braaf als tot nu toe werd gedacht. Peter Fontijn ontdekte dat de ridder waarschijnlijk een zondig dubbelleven leed.
Peter Fontijn woont in Delenoord, het herenhuis op het voormalige landgoed van het Drutens kasteel. Fontijn werkt al enkele jaren aan een boek waarin de geschiedenis van het Huys te Druten en zijn bewoners wordt vastgelegd.
Op zijn zoektocht stuit de Drutenaar regelmatig op nieuwe feiten en aardige wetenswaardigheden.
Zo ontdekte de amateur-historicus onlangs dat de bouwer van het kasteel, Hendrick Schenck van Nijdeggen allesbehalve een vrome Roomse ridder was.
Rond 1648 liet Schenck van Nijdeggen het kasteel bouwen op de grond die zijn familie al in 1485 had gekocht van de oude Drutense adel.
Historicus Huub van Heiningen schreef lang geleden dat Hendrick wellicht een schuilkerk in het Huys te Druten liet bouwen.
Fontijn ging neuzen in de archieven van de Duitse Orde waartoe ridder Hendrick behoorde.
"Via universiteitsbibliotheken en de nog bestaande Balije (afdeling) in Utrecht, kwam ik terecht in Wenen en Hasselt", zegt Fontijn. "Daar legde ik de schuilkerktheorie voor aan de archivarissen."
Michel van der Eijcken, van het rijksachief in het Belgische Hasselt, sluit uit dat de brave Hendrick een schuilkerk zou hebben gebouwd.
"Hendrick Schenck van Nijdeggen behoorde tot de militaire tak van de Duitse Orde", beweerde de Belg. Hendrick deed in 1632 de belofte ongehuwd te blijven en in geestelijke waardigheid te leven. Het breken van die belofte was in die tijd heel normaal. Ridders leefden voor de buitenwereld rein ende zuiver, maar galoppeerden spoorslags naar een verborgen liefdesnest als het ridderbloed weer eens bruiste.
Dat het Huys van Druten waarschijnlijk een plaats des ontuchts was, wordt versterkt door een landkaart van Nicolaas Geelkerck. In 1654 tekende Geelkerck, bekend om zijn degelijk vakwerk, alle kastelen van het Land van Maas en Waal in: Winssen, Hernen, Puiflijk, Leeuwen, Batenburg en Maasbommel.
Het aanzienlijke Huys te Druten, dat dan al ettelijke jaren bestaat, ontbreekt echter op de kaart.
De vraag die waarschijnlijk nooit zal worden opgehelderd, luidt nu: is het Drutens kasteel opzettelijk niet genoemd om het liefdesnestje verborgen te houden?
Dat zou volgens kenners van die tijd heel goed kunnen. Het was vrij gangbaar om in afgelegen gebieden 'huizen van plezier' op te zetten. Plaatsen waar kruisridders stoom af konden blazen, zonder hun smetteloze blazoen te bezoedelen.
Naast deze op veronderstellingen gebaseerde ontdekking, vond Fontijn ook harde bewijzen. Bewijzen die aantonen dat het Huys te Druten in etappes is gebouwd.
Eigenlijk deed Anton Janssen uit Afferden die ontdekking. Janssen is vrijwilliger bij de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN). Een AWN-team deed in 1987 opgravingen op de Drutense kasteelplaats. Op basis van destijds gedane vondsten concludeert Janssen dat het kasteel niet in een keer is gebouwd. Eerst zou het hoofdgebouw zijn geplaatst en pas zestig tot zeventig jaar later het poorthuis. Janssen is nu, 25 jaar na de vondsten, bezig met het schrijven van een artikel over zijn ontdekking in Westerheem, een tijdschrift voor de Nederlandse archeologie.
Fontijn combineerde de gegevens van Janssen met eerder, door amateurs, gedane vondsten.
Peter Fontijn schrijft binnenkort in het Tijdschrift Tweestromenland als voorproefje van zijn op stapel staande boek.