[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

De dichter en zijn opgegraven knekels

De dichter en zijn opgegraven knekels
Dagblad De Limburger, 100503
Toen hij de skeletten vond, dacht Frans Budé meteen: eine heet miech gekloet. Zou buurman Pie soms voor de flauwekul die botten achter het huis van Riet en hem op St. Pieter hebben begraven? Om hem op stang te jagen? Hij stond voor een raadsel. Pie was niet thuis. Dus kon hij het hem niet vragen. Hij keek nog eens goed naar de botten, die hij op die warme dinsdag na Pasen in 1976 had blootgelegd bij de aanleg van zijn tuin. Ze waren doortrokken van de leem. Nee, dé oorlog was het niet. De pijpkopjes en de scherven, die rond de skeletten lagen, wezen meer richting 16de en 17de eeuw.
Frans Budé groef in 1976 twee skeletten op bij de aanleg van zijn tuin in St.Pieter. Archeologen haalden de door de dichter herbegraven botten gisteren weer naar boven. Vermoedelijk zijn het de resten van Franse soldaten die in 1673 bij de verovering van Maastricht zijn gesneuveld. Een huis in de grond, heet de dichtbundel die Budé aan 'zijn' doden heeft gewijd.Dus waren er volgens Budé twee mogelijkheden: de Spaanse belegering van 1579 of het beleg van de Zonnekoning in 1673. Provinciaal archeoloog
Sprengers, die Budé raadpleegde, neigde naar 1673. De pijpkopjes waren duidelijk van na 1600.
'Verdomde hasjkikkers', had de oude Sprenger nog spontaan geroepen toen hij de opgraving bij oud-schoolhoofd en dichter Budé kwam bekijken. Soldaten in het leger van Lodewijk XIV werden niet geacht te roken.
Het is dat Budé een paar weken geleden bij de open dag van de opgraving op het Vrijthof toevallig archeoloog Wim Dijkman tegenkwam of anders zouden de door hem herbegraven knekels gewoon zijn blijven liggen in zijn tuin.
Dijkman, een van de drijvende krachten achter de grote d'Artagnan-manifestatie deze zomer in Maastricht, was direct geïnteresseerd toen Budé hem vertelde van zijn opgraving. Het zouden wel eens skeletten
kunnen zijn van Franse soldaten, die net zoals de bekende musketier bij het beleg gesneuveld waren. De hoofdaanval van de dertien dagen durende belegering lag weliswaar rond de Tongerse Poort, maar op St.Pieter tegen de flank van de berg aan was een belangrijke artilleriestelling van de Fransen geweest die 20.000 man, 12.000 paarden, 52 kanons, 4000.000 kilo buskruit, 50.000 kanonskogels en 5.000 mortierkogels ingezet hadden tegen Maastricht, het bolwerk der Nederlanden.
'Hier hebben we hem', zegt archeoloog Eric Wetzels tegen collega Dijkman en cultuurhistoricus Servé Minis. Hem, dat is een bijna puntgaaf gebit. Het mist maar een tand. Dat komt, zo legt Dijkman uit: de tand sneuvelde omdat het steeltje van de pijp op die plaats zat. Overigens, het gezonde gebit wijst erop dat de overledene maar karig te eten kreeg. Want slechte gebitten behoorden meestal tot de bovenlaag. Die kreeg goed (veel suiker) te eten.
Potverdorie, vloekt Frans Budé, de batterij van de videocamera is leeg. Budé wil de opgraving vastleggen. Net zoals hij zijn opgraving van 1976 heeft vastgelegd in foto's. En in tekst. Een huis in de grond, zo heet de dichtbundel die bij de opening van het d'Artagnan-festival op 21 juni verschijnt. Twaalf gedichten en foto's uit zijn tuin.

Woelende struik, daaronder hun knekels,
gedropt op een plek, zoveel lentes tegen,
alle zomerregens de boom die oplaait,
ons bestookt, en daar de ligstoel naast,
voldoende uit de wind. Ligt steeds dezelfde
aarden ring rond wortels, als ik wegkijk
Het zijn de eerste twee strofen uit het gedicht Uitzicht.


Zijn nieuwste bundel is, zo zegt Budé, een emotionele herinnering. Aan de seizoenen die voorbij zijn getrokken aan de doden in de tuin, de nietigheid van ons allemaal, de natuur die zich door de botten heengewoven heeft.
(Massa)graven van in 1763 gesneuvelde Fransen zijn er ook op andere plaatsen in Maastricht. Parallel aan het sportterrein van Kimbria op St.Pieter, zo vertelde Sprenger toentertijd aan Budé. En vlak bij het fietspad tussen Borgharen en Itteren heeft ook zeer waarschijnlijk een graf van Fransen gelegen, weet Dijkman. De archeologische dienst was in 1995 te laat. De wegenbouwer had net 'geruimd'. Rond het graf werden elf bronzen kledingknoopjes ontdekt en twee munten ontdekt. Daarbij ging het onder meer om een bronzen liard van Lodewijk XIV die in 1655 werd geslagen. Het massagraf in Borgharen ligt op de plaats waar in 1673 een schipbrug was. Die maakt deel uit de circumvallatielinie, een gordel van loopgraven met redouten die de Fransen moest beschermen tegen een aanval van Staatse troepen die de belegerde stad wilden ontzetten.
Militairen, die bij de belegering sneuvelden, werden direct bijgezet. Waarschijnlijk is dat ook met d'Artagnan gebeurd, de bekendste Fransman die voor Maastricht sneuvelde. Het graf van de vierde musketier is nooit gevonden.
Drie plastic zakken vol hebben Dijkman en zijn collega's opgegraven in de tuin van Budé. Een deskundige van de Univesiteit van Amsterdam gaat de leeftijd van de gesneuvelden bepalen, hun geslacht, fysieke staat. Volgens Dijkman gaat het om minimaal twee skeletten. Met grote waarschijnlijkheid Fransen.
Na de tentoonstelling in Centre Céramique over d'Artagnan en Maastricht gaan de skeletten weer ondergronds. In de tuin van de dichter op St.Pieter.

Gedicht Jekerdal

Een laatste blik. En hen dan opnieuw herbegraven,
halmen opengevouwen, zoden opgetild
oeverzwarte grond, voegen zij zich toe
Geen brieven naar huis, de toekomst uit
de dagen geen nummer, die staat men af.

Geen vage hunkering, dan ooit op zeker uur
gedroomd weer op te staan, het park in aanleg
in te gaan, en iemand zegt: ze zijn wij, liggend
in de zonneweide, helgroene overkant, vrij
van kogelregen stroomt de Jeker, licht en snel
uitgestrekte armen, begerig naar de Maas.