Reacties



[Vorige] [Project 0] [Volgende]

Oude god in Nieuwe Wereld

VPRO Noorderlicht, 150403 - Marc Koenen
Tekening toont Amerika's vroegste religie
Het oogt als een agressief stripfiguurtje, maar het is de oudste afbeelding van een godheid die tot dusver uit Amerika bekend is. Archeologen vonden de tekening op een ruim 4000 jaar oude schil van een kalebas, deels ingekerfd en deels ingebrand.
Ze komen er al een paar jaar, het echtpaar Winifred Creamer en Jonathan Haas. In 2001 maakten ze deel uit van een groep archeologen die de resten van een 4600 jaar oude piramide in Peru ontdekten, vlakbij sporen van een complexe stad uit dezelfde periode. En vorig jaar vonden de twee in dezelfde omgeving een stukje schil van een kalebas, met daarop duidelijk zichtbaar de afbeelding van de ‘Stafgod’ – een figuurtje dat vaak is afgebeeld door culturen uit het Andesgebergte in het hedendaagse Peru en Chili.
“Zoals het kruis een christelijk icoon is, is ook de Stafgod een religieus teken,” stelt Haas in een persbericht van zijn werkgever, het Field Museum in Chicago. Haas maakt de ontdekking samen met zijn vrouw en collega Alvaro Ruiz bekend via een artikeltje van amper 200 woorden in het tijdschrift Archaeology. “Een klein stukje van de kalebas is met de koolstof 14-methode gedateerd op 2250 voor Christus. Dat maakt deze Stafgod tot de oudst herkenbare religieuze uiting die nu uit de Nieuwe Wereld bekend is.”
Het figuurtje wordt meestal recht van voren afgebeeld, met zichtbare hoektanden en geklauwde handen en voeten. In het hoofddeksel of andere kledingstukken zijn vaak slangen verwerkt, en in zijn hand houdt hij een staf. De Stafgod op de kalebas, volgens de archeologen ‘eenvoudig en archaïsch van stijl’, heeft duidelijke hoektanden. Zijn linkerhand lijkt te eindigen als een slangenkop, en de rechterhand houdt een staf vast.
Tot dusver was de oudste teruggevonden Stafgod ruim duizend jaar jonger, want het figuurtje staat bekend als de voornaamste godheid van de Chavíncultuur, die van pakweg 1000 tot 200 voor Christus in het Andesgebergte bestond. Urnen, vazen en andere voorwerpen uit die tijd tonen het icoon in een verscheidenheid aan stijlen en patronen. En hoewel het figuurtje nooit helemaal verdween, keerde de Stafgod vanaf 600 na Christus weer duidelijk terug in de Andesculturen die toen heersten. Hij was nog steeds in gebruik bij de volkeren die in de zestiende eeuw door de Spanjaarden werden uitgeroeid.
Van het volk dat de kalebas bewerkt moet hebben, is niet veel bekend. De piramide en de stad stonden zo’n 200 kilometer ten noorden van de Peruaanse hoofdstad Lima, en maakten destijds deel uit van een betrekkelijk dichtbevolkt gebied. Voor zover bekend behoorden ze tot de directe voorouders van de Inca’s, die 3500 jaar later zouden verrijzen. Schrijven of tekenen deden de mensen niet veel – de gebouwen zijn amper versierd, en dragen geen gegraveerde teksten. Wel versierden ze textiel, maar daar zijn maar kleine stukjes van overgebleven.
Het kalebasfragment kwam tevoorschijn op een begraafplaats, maar het is niet duidelijk of het een grafgift of iets dergelijks was – de plek draagt sporen van roof en verstoring die pas enkele eeuwen oud zijn. De archeologen hopen daar in de komende jaren meer over te weten te komen. Want teruggaan doen ze. Tot dusver zijn er in het gebied 26 bewoonde centra gevonden, volgens het persbericht een ‘voor Noord- en Zuid-Amerika ongekende verzameling nederzettingen van zo’n ouderdom.’


Reacties

naam

email

website

Je reactie:

gegevens onthouden   gegegevens vergeten

   

[html toegestaan]