Reacties



[Vorige] [Project 0] [Volgende]

Hertenhuiden vol verhalen

De Mare, 170403
Archeoloog Maarten Jansen doet in Mexico al jaren onderzoek naar de beeldtaal van de Mixteken. Ondertussen slaagt hij erin de afstammelingen van dit volk opnieuw kennis te laten maken met hun geschiedenis.
Bezield onderzoeker én cultureel ontwikkelingswerker, zo zou archeoloog prof. dr. Maarten Jansen misschien wel het best omschreven kunnen worden. Al drie decennia houdt hij zich bezig met de bestudering van een oude Zuid-Amerikaanse indianentaal, terwijl hij ondertussen in zijn omgang met de plaatselijke bevolking tracht hen opnieuw in contact te brengen met deze vervlogen cultuur.
Jansen bekleedt sinds december een van de ‘akademieleerstoelen‘ Geesteswetenschappen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Aan de faculteit Archeologie is hij voor drie jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar in de Midden-Amerikaanse archeologie en etnohistorie. Hij is dan ook internationaal toonaangevend in het onderzoek naar de beeldhandschriften van de Mixteken, een indianenvolk in Zuid-Mexico dat voor de komst van de Spanjaarden een bloeiende cultuur kende. Weliswaar in de schaduw van het grote Azteekse imperium, maar volhardend in haar bestaan in kleine, meestal vredelievende stadsstaatjes met een eigen cultuur, taal en politieke elite.
Tegen de tijd dat de Spanjaarden voet aan wal zetten in Midden-Amerika waren de Mixteken feitelijk onderworpen aan de Azteken. Toch is, toevallig, juist van dit volk de grootste hoeveelheid geschreven materiaal van voor de verovering overgebleven. De geschreven taal van de Mixteken was een gemeenschappelijke beeldtaal, vaak getekend op hertenhuiden. De aan elkaar geplakte huiden vormen een meters lang stripverhaal, vol met kleurige tekeningen van goden, mythische figuren, staatslieden en historische gebeurtenissen. Een nauwkeurige chronologie vertelt wanneer wat gebeurde, en subtiele geografische aanwijzingen verraden de locaties.
Vermoed wordt dat er van deze zogenaamde ‘codices‘ honderden moeten hebben bestaan in de bibliotheken van de stadsstaten. Waarschijnlijk gebruikten verhalenvertellers ze bij het declameren van mythen, legenden en geschiedenissen, en misschien hoorden er poppenspelen bij. Ontcijfering van deze Mixteekse verhalen staat centraal in Maarten Jansen‘s onderzoek, dat zich daarmee bevindt op een snijpunt van wetenschappen - taalkunde, archeologie, geschiedenis, iconografie en antropologie.
‘Het besef dat we ons niet moeten blindstaren op een archeologische benadering is ontstaan door mijn studie in Wenen‘, vertelt Jansen tijdens een gesprek in zijn werkkamer, waar de vouwboeken met beeldhandschriften over zijn bureau verspreid liggen. ‘Ik houd niet van de archeoloog die alleen wat scherven bekijkt en die zich daartoe zonder meer beperkt.‘ Jansen vertrok na zijn studie klassieke talen in Leiden dan ook naar Wenen, om colleges te volgen bij Ferdinand Anders. Anders was als professor in de archeologie geïnteresseerd geraakt in de codices van Midden-Amerika, de verschillende verzamelingen beeldhandschriften. Zijn voornaamste doel was het inventariseren en reproduceren van die bronnen. ‘Niet beginnen met speculeren maar eerst alle bronnen kennen, was zijn devies‘, zegt Jansen. Voor Anders‘ pupil was het een logische stap om met behulp van veldwerk, gebruik makend van de inventarisatie van zijn leermeester, de codices te ontcijferen.
Voor zijn scriptie vertrok hij dan ook naar Mexico. Daar ontmoette hij zijn echtgenote, Aurora Pérez, die zelf Mixteekse is. ‘Door mijn band met haar raakte ik snel geïnteresseerd in de Mixteekse beeldhandschriften‘. Sindsdien hebben Jansen en Pérez eigenlijk altijd samengewerkt. ‘We zijn na zevenentwintig jaar behoorlijk op elkaar ingespeeld. Ik kan me in het Mixteeks net redden met wat ik weet, het is een toontaal en ik ben niet erg muzikaal. Maar zij beheerst als native speaker het Mixteeks volledig. Dat is belangrijk in het contact met de lokale bevolking, al spreken die meestal ook Spaans. Het Mixteeks is officieel verboden in Mexicaanse scholen‘. Mexicaanse regeringen zijn veelal onwillig om de Mixteekse taal en cultuur officieel te erkennen, maar ze hebben het onderzoek van Jansen en de zijnen wel gesteund. Hij kreeg er zelfs een hoge Mexicaanse onderscheiding voor.
Jansen benadrukt dat zijn onderzoek niet een lang vervlogen cultuur betreft, waarvan de enige overblijfselen verborgen liggen onder lagen aarde of zand. De Mixteekse is een levende cultuur, in stand gehouden door duizenden Mexicaanse Indianen. Het archeologisch onderzoek vindt dan ook plaats in een gebied waar de te onderzoeken cultuur nog altijd belangrijk is. Dat levert bijzondere situaties op. Toen Jansen wilde promoveren op een onderdeel van een codex, moest hij ter plekke op onderzoek uit. De codex beschreef de oorsprong van de dynastie van een van de stadsstaten. Die dynastie was volgens de overlevering in het beeldhandschrift uit een boom gehakt. Het vermoeden was dat die boom in een bepaald gebied te vinden zou zijn, en Jansen ging ter plekke op zoek.
Jansen: ‘We kwamen aan in de dichtstbijzijnde stad en kregen een lift aangeboden naar het dorp waar we heen wilden. Op die vrachtwagen vol groenten, fruit en kippen kwamen we de burgemeester tegen. Toen hij hoorde dat we als wetenschappers geïnteresseerd waren in zijn dorp, vertelde hij meteen dat het een historisch belangrijke plek is. De mensen daar bleken nog allerlei verhalen te kennen over die bewuste boom, waaronder zijn eigenschap dynastieën voort te brengen. Ik haalde de codex tevoorschijn om de plek van de boom te vinden, en de burgemeester raakte gefascineerd door de tekeningen. Later vonden we ook andere geografische aanwijzingen in het beeldhandschrift, zoals een rivier die bij een hoge rots uitliep in een waterval, niet ver van dat dorp terug. Het is voor mij een erg belangrijke ervaring geweest‘.
Het was een bijna bevreemdend contact tussen de wetenschapper uit Europa die met een bron in de hand onderzoek doet naar een deels verloren cultuur, en een mens uit diezelfde cultuur, die een verloren gewaande bron ervan tegenkomt. ‘Iedereen hier in Leiden zei later, die Jansen heeft iets belangrijks ontdekt. Maar de mensen daar hebben vanuit hun oogpunt ook iets ontdekt, misschien belangrijker. Namelijk, een tastbaar stuk van hun eigen geschiedenis, die ze na de Spaanse verovering grotendeels zijn kwijtgeraakt‘.
Zo ontstaat er een tegenstelling tussen een gekoloniseerd volk dat een groot deel van haar geschiedenis heeft verloren en westerse wetenschappers die beschikken over musea en archieven vol geschriften en overblijfselen van andere culturen, zonder precies te weten wat ze ermee aan moeten. Jansen: ‘Aan de ene kant stond ik, met die codex die ik aan het ontcijferen was, aan de andere kant was er die burgemeester die de taal van zijn voorouders niet meer kon begrijpen. Als ik ergens echt trots op ben, dan is het op de onderwijzer uit hetzelfde dorp die ik de beeldtaal van zijn eigen volk heb geleerd. Hij is nu een vooraanstaande deskundige van de beeldhandschriften‘.
Sprekend over de relatie tussen westerse onderzoeker en lokale Indiaanse bevolking lijkt de activist in Jansen aan het oppervlak te komen: ‘Het is triest dat we in 2003 moeten constateren dat de fundamentele koloniale verhoudingen nog altijd gelden en daar kan je als wetenschapper niet willens en wetens aan meewerken. Dat klinkt idealistisch maar wat is daar eigenlijk mis mee? Als je als wetenschapper zelf meemaakt wat discriminatie en onderdrukking betekenen mag je zeker niet medeplichtig worden. Ik vind dat we ons persoonlijk en institutioneel moeten inspannen om gezamenlijk de koloniale breuklijnen te overbruggen‘


Reacties

naam

email

website

Je reactie:

gegevens onthouden   gegegevens vergeten

   

[html toegestaan]