[Vorige] [Project 0] [Volgende]
De ontdekking van het Romeins schip in Leidsche RijnArcheos
Weekjournaal 11 april 2003 Van voor naar achter Voorzichtig scheppen de archeologen zand weg uit het Romeinse schip. De onderzoekers kunnen nu al grote delen van het schip herkennen. Achter het ruim ligt het woongedeelte, de roef. Daar is het schip door tussenwanden onderverdeeld in twee kleine kamers met een dak. Op visite bij de schipper De achterste kamer is goed bewaard gebleven in de bodem. De archeologen hebben een schaar, een mes, een stukje krijt, een schrijfstift (stylus) en een bronzen munt opgegraven. Ook vonden ze een houten stokje met Romeinse cijfers erop. Ze weten echter niet waarvoor dit heeft gediend. In de woning van de schipper zijn nog meer voorwerpen gevonden.
Weekjournaal 18 april 2003 Brand aan boord! Er wordt hard gewerkt in de opgravingstent: in het laadruim, in de roef en aan de buitenzijde van het schip. In de voorste kamer had zijn collega al de vloer bereikt. De houten vloer bevatte brandplekken. Hier had de schipper gekookt. Dus het tweede kamertje was de keuken. Eerder was al keukengerei gevonden, een maalsteen waarmee de schipper zijn graan kon malen. Het schip op de grens Het schip ligt op de grens van het Romeinse Rijk. Van 50 tot 300 na Christus beschouwden de Romeinen de Rijn als noordgrens van hun keizerrijk. Bij de Meern waren ongeveer 300 soldaten gelegerd in het castellum op de huidige Hoge Woerd. Vanuit het castellum liep de Romeinse weg grotendeels langs de Rijn. De weg en de Rijn werden bewaakt door soldaten in wachttorens. Vorig jaar is een eerste wachttoren opgegraven. Gedurende de opgraving van het schip zal een ander team archeologen naar een tweede wachttoren zoeken. |