[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

De unieke vondst van Harry Bouten

De unieke vondst van Harry Bouten
De Limburger, 030403
Voorjaar 1999. Tegen het vallen van de avond struint Harry Bouten, amateur-archeoloog, de akkers ten noordoosten van het Industrieterrein in Panningen af. Plots valt zijn oog op een glinsterend stuk steen op een aspergebed. Bouten gaat door de knieŽn om het kleinood op te rapen. Zijn hart gaat sneller slaan... Een prachtig vuurstenen werktuig. Een krabber. Uit de Steentijd, schat hij in...
Bij het Industrieterrein in Panningen zijn sporen van boerderijen van 4000 jaar voor Christus gevonden. Uniek voor Nederland. Een stoute droom van een plaatselijke onderwijzer komt uit. Met de vondst van die krabber -en een handvol afslagen die Bouten eveneens vond- begint een verhaal dat leest als
een jongensboek.
Harry Bouten (52) van de Archeologische Werkgroep Helden, in het dagelijks leven leraar aan een plaatselijke basisschool, seint na zijn ontdekking de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in. IntuÔtief voelt hij aan dat hij een belangrijke ontdekking heeft gedaan, misschien wel de
belangrijkste van zijn dan toch al bijna dertig jaar durende 'loopbaan' als amateur-archeoloog. Niet alleen de voorwerpen wijzen daarop, ook de gesteldheid van het terrein ademt eeuwenlange menselijke bewoning. De ROB is niet ongevoelig voor Boutens argumenten en komt een kijkje nemen. Het valt
niet tegen: de gemeente Helden krijgt het advies verder onderzoek te laten doen.

Februari 2001 zakt het Bureau RAAP uit Amsterdam af naar Panningen voor proefboringen. Mogelijk heeft op deze locatie een prehistorisch erf gelegen, concludeert RAAP. Een jaar later komt de ROB opnieuw in actie. Archeologen van het Archeologisch Dienstencentrum (ADC, de geprivatiseerde graafpoot van
de rijksdienst) slaan een maand lang hun kamp op in Panningen. Onder het zogeheten 'esdek' (de oude akkerlaag) worden kuilen, paalgaten, crematiekuilen, haardkuilen, veldbrandovens, greppels en natuurlijke sporen aangetroffen. Er worden ook vuurstenen voorwerpen gevonden en aardewerkscherven uit het Neolithicum (Nieuwe Steentijd, de tijd waarin jagers zich op een vaste plaats gingen vestigen), Bronstijd en IJzertijd.
Paalkuilen wijzen op woningbouw, dan wel op de aanwezigheid van een nederzetting. Echter, door de beperkte breedte van de sleuven kon geen absolute zekerheid worden verkregen over de grootte van de eventuele woning en/of nederzetting. Ook het tijdsbeeld blijft vooralsnog onduidelijk. Een verder onderzoek zal uitkomst moeten brengen.
Begin maart 2003 komen de archeologen van het ADC nog een keer terug. Ze treffen nu uitzonderlijk goed bewaard gebleven paalsporen aan van (twee of drie) prehistorische boerderijen (18 x 5 meter, schuin dak van riet) die, zo vermoeden zij, zo'n vijfduizend jaar oud moeten zijn en onderdak moeten
hebben geboden aan tien tot twintig 'oer-Limburgers'. Er worden ook vuurstenen messen en klingen gevonden. En scherven van aardewerken potten. Potten die zo'n dertig centimeter hoog moeten zijn geweest en de vorm van de kelk van een tulp moeten hebben gehad. Michelsbergcultuur, zo is inmiddels
bekend. Conclusie: de bouwsels zijn nog duizend jaar ouder dan gedacht.
Voor Eric Lohof, projectleider van het ADC, staat het nu als een paal boven water: de Panningse ontdekking is uniek voor Nederland. Harry Bouten staat erbij, trots als een pauw, als Lohof zijn bevindingen op locatie wereldkundig maakt. Bouten verzucht: ,,Ik moet bekennen dat ik de laatste
maand vaak wakker heb gelegen. Als ze nu toch eens niet zouden vinden wat ik altijd stiekem gehoopt heb?''
Gelukkig is het anders gelopen. Harry Bouten is in zijn nopjes. Een nieuw type bouwsel is ontdekt. Misschien, oppert Lohof, gaat het nog eens als 'Helden-huis' de geschiedenis in.'' Het zit er dik in, want doorgaans worden huizentypes genoemd naar de plek waar ze het eerst gevonden zijn. ,,Toch aardig als je als eenvoudig dorpsonderwijzer daar je steentje aan hebt kunnen bijdragen'', vindt Bouten.