[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

Nieuwe visie op moerasvondsten uit de bronstijd

Nieuwe visie op moerasvondsten uit de bronstijd
Persbericht Universiteit Leiden, 250303
Het achterlaten van metalen bijlen, zwaarden, en bepaalde ornamenten in rivieren of moerassen in de Bronstijd was geen verkwisting, maar een gangbare, cultureel betekenisvolle manier om met objecten om te gaan die gekenmerkt werden door een zekere culturele ambigu´teit, zoals producten van niet-regionale herkomst, of wapenrustingen.
Deze nieuwe visie op vondsten van zwaarden en bijlen op drassige plekken presenteert archeoloog David Fontijn in zijn proefschrift Sacrificial Landscapes. Cultural biographies of persons, objects and natural places in the Bronze Age of the southern Netherlands, ca. 2300-600 BC.
Donderdag 27 maart promoveerde hij aan de Universiteit Leiden.
Woensdag 26 maart, de dag voor de promotie, vond in de faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden een symposium plaats over het onderwerp.

Bijlen en zwaarden
In Noordwest Europa worden grote aantallen kostbare bronzen voorwerpen teruggevonden op plaatsen waar je ze niet direct zou verwachten: in moerassen, beekdalen en rivieren. De gewoonte kostbare metalen voorwerpen op dergelijke plaatsen achter te laten heeft bestaan van ca. 2300 tot 600 voor Christus, en is historisch gezien uniek. Het opvallende eraan is bovendien de selectiviteit. Metalen voorwerpen worden in twee soorten contexten aangetroffen. Zo vinden in graven sieraden, en in moerassen, beek- en rivierdalen bijlen en zwaarden. Dit wordt selectieve depositie genoemd.

Verspilling
Waarom die verspilling? Het ging per slot om kostbare voorwerpen, die bovendien konden worden omgesmolten. En waarom die selectiviteit? De meest gangbare verklaring is dat prehistorische gemeenschappen kostbaarheden offerden om de hoeveelheid brons in circulatie schaars te houden, en daarmee in hoog aanzien. Een economische verklaring dus. Ook worden de vondsten wel ge´nterpreteerd als onvolledige overblijfselen van rivierbegrafenissen. In grote hoeveelheden gevonden bijlen worden ook wel gezien als vergeten handelswaar.

Levenscyclus
David Fontijn, die het probleem van de selectieve depositie bestudeerde voor Zuid-Nederland en het aangrenzende deel van BelgiŰ, is het met geen van deze interpretaties eens. De selectiviteit wordt er bijvoorbeeld geenszins door verklaard. Hij pleit ervoor per object te bekijken wat de functie en betekenis ervan is geweest voor individu en gemeenschap binnen een bepaalde economisch en cultureel maatschappijtype, voordat het op rituele wijze voor altijd op een bepaalde plek werd achtergelaten. De levenscyclus, of culturele biografie, van een object geeft aanwijzingen voor de keuze van de plaats van depositie.

Neolithicum
Zo werden in de laatste fase van het Neolithicum (2500-2000 v. Chr.) kostbare sieraden en dolken met de eigenaar mee begraven, terwijl bijlen op natuurlijke, natte plekken werden gedeponeerd. Het verschil was dat sieraden en dolken verbonden waren met de persoonlijke identiteit van de begraven eigenaar, terwijl de bijlen, die hun leven lang van hand tot hand waren gegaan, te maken hadden met de identiteit van een hele gemeenschap.

Bronstijd
In de loop van de Bronstijd (2000-800 v. Chr.) bleef het verschijnsel selectieve depositie bestaan, maar het selectiepatroon zelf veranderde. Regionaal gefabriceerde ornamenten gingen bijvoorbeeld mee het graf in, terwijl ľ vaak bronzen ľ objecten van supra-regionale herkomst in rivieren of op drassige locaties werden achtergelaten. Wapenuitrustingen uit de Midden en Late Bronstijd worden gek genoeg, want toch persoonsgebonden zou je denken, niet in graven, maar op natuurlijke plaatsen teruggevonden. Pas honderden jaren later, in de IJzertijd, werden wapens aan de dode meegegeven.

Spanningsveld
Toch is er een gemeenschappelijk criterium: de overeenkomst tussen ge´mporteerde objecten van een supra-regionale stijl en wapenrustingen in de (Midden) Bronstijd was, dat ze beide een spanningsveld vertegenwoordigden tussen twee maatschappelijke realiteiten. Aan de ene kant hebben we van doen met zelfvoorziende eenvoudige gemeenschappen die hun lokale identiteit koesterden, aan de andere kant maakten deze gemeenschappen deel uit van een veel breder contact netwerk waarin bijzondere objecten, huwelijkspartners en culturele informatie circuleerden. De ge´mporteerde bronzen voorwerpen zijn precies de voorwerpen die het spanningsveld tussen lokale en supra-regionale waarden belichamen. In het geval van wapens komt daar nog iets anders bij: wapenbezit is direct verbonden met machtsuitoefening en om die reden is die omgang met wapens en ideeŰn over oorlog vaak ambigu en omgeven met taboes.