[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

"Ninevé, Ur en Babylon"

Ninevé, Ur en Babylon
Rotterdams Dagblad
Tijdens een bijeenkomst over de oorlog in Irak ontmoette ik een Koerd. Op mijn vraag waar hij geboren was antwoordde hij: in Ninevé. Tot dat moment had ik er geen idee van dat die stad nog bestaat.
Ninevé is een uit de bijbel bekende stad. De profeet Jona moet tegen haar preken omdat 'haar boosheid is opgestegen' voor Gods aangezicht. Maar Jona ontvlucht zijn opdracht, omdat hij bang is met zijn optreden voor gek te zullen staan. God wil immers de verwoesting niet, en als het er echt op aan komt zal God genadig zijn. De profetische oordeelswoorden zullen dus niet uitkomen. Omdat Jona dit scenario voorziet probeert hij aan zijn opdracht te ontkomen. Zijn Hebreeuwse naam betekent 'duif', maar eigenlijk is hij een havik. Heel het boekje heeft dus als thema dat niet alleen de grote stad Ninevé zich van haar boosheid moet bekeren, maar allereerst de profeet zelf. Ook de koran kent elementen van dit verhaal; soera 10 is zelfs naar Jona genoemd (met zijn Arabische benaming Joenoes). In een ander hoofdstuk wordt door Allah tot Mohammed gezegd: ,,Denk aan hem met de vis, toen hij kwaad wegging en meende dat Wij geen macht over hem hadden. En hij riep in de duisternis: 'Er is geen god dan U, U zij geprezen! Ik was een van de onrechtplegers.' Toen verhoorden Wij hem en redden hem uit de nood (soera 21: 87 en 88).''
Ninevé, vlak bij het huidige Mosoel in Noord-Irak, is niet de enige Irakese plaatsnaam die in de bijbel een rol speelt. Abraham, door joden, christenen en moslims als vader van het geloof beschouwd, kwam uit het 'Ur der Chaldeën' in het huidige Zuid-Irak. En in Midden-Irak, zo'n zestig kilometer ten zuiden van Bagdad, ligt het vermaarde Babylon, met een groot opgravingsgebied waar nog de resten te zien zijn van de hangende tuinen (één van de zeven wereldwonderen van de Oudheid) en van de toren van Babel. Die (tempel)torens zijn overigens op meerdere plekken in Irak te zien; ze dienden tot offerplekken en wellicht ook tot uitkijktorens voor de priesters die er de loop van de zon de maan en de sterren bestudeerden. De 'wijzen uit het Oosten' waar het kerstverhaal van vertelt kunnen heel goed zulke astronomen geweest zijn.
Als cultuurgebied is Irak één van de oudste ter wereld, ook omdat er al heel vroeg sprake was van een vernuftig irrigatiesysteem. Een in 1902 gevonden steen uit de 18de eeuw voor Christus, waarop de rechtsregels van het Babylonische rijk staan gebijteld, getuigt ervan. Niet voor niets wordt het Paradijs op Middeleeuwse kaarten vaak gelokaliseerd tussen de twee rivieren die dit gebied zo vruchtbaar maakten. Een wrangere gedachte is dezer dagen nauwelijks denkbaar.