[ links]   []   [archief]   [index]

[<<<] [Project 0] [>>>]

Millingen vraagt vondsten terug

 Millingen vraagt vondsten terug
De Gelderlander, 020404
Millingen wil dat het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden een aantal Romeinse vondsten of replica's daarvan teruggeeft. Het Rijndorp wil zelf in het Infocentrum Gelderse Poort aandacht aan zijn Romeinse verleden gaan schenken.Millingen vindt dat het niet achter kan blijven bij de Duitse 'buurdorpen' Keeken en Rindern. In Rindern werd onlangs een eigen heemkundig museumpje met de naam Forum Arenacum geopend. Rindern zou in de Romeinse tijd Arenacum geheten hebben. En in Keeken wordt binnenkort een expositie van vondsten uit de Romeinse en Merovingische tijd geopend.
Het idee is dat er zodoende een 'ketting van museumpjes' komt, waarin het Romeinse verleden belicht wordt.
"Je hebt hier drie plaatsen naast elkaar", verklaart Jan Smit van de grensoverschrijdende heemkundekring De Duffelt, "waar Romeinse vondsten gedaan zijn."
In Keeken zouden de Romeinen in het Infozentrum van De Duffelt een plekje kunnen krijgen. In mei is daar voor het eerst de collectie te zien van vader en zoon Koopstra, uit respectievelijk Enschede en Wolvega.
Deze beide amateur-archeologen hebben de laatste jaren rond de boerderij van boer Schlüter in Keeken opgravingen gedaan. "Min of meer illegaal, want ze gebruikten daarbij metaal-detectoren en dat is in Duitsland verboden", zegt Jan Smit. "Inmiddels is er echter een stichting opgericht waarin de collectie is ondergebracht zodat nu hun Romeinse en Merovingische vondsten tentoongesteld kunnen worden zonder dat er juridische problemen ontstaan."
In Millingen zelf werden in 1846, zo blijkt uit een artikel van Willem Spann in het Millings Jaarboek van 1999, onder meer bij werkzaamheden aan de dijk archeologische vondsten gedaan, ongeveer ter hoogte van de Lange Paal. Er werden onder meer een tufstenen doodskist gevonden die verbrande mensenbeenderen bevatte, en verschillende glazen voorwerpen waaronder een glazen balsemflesje uit de tweede eeuw.
Deze vondsten zijn destijds op dringend advies van de Staatsraad Gouverneur in Gelderland afgestaan aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Millingen werd later voor zijn goedgeefsheid beloond met een bedrag van 100 gulden. Het geld was afkomstig uit een gift van 500 gulden van Hare Majesteit de koningin persoonlijk voor gemeenten die leden onder misoogsten van 1845 en 1846.