Reacties



[Vorige] [Project 0] [Volgende]

Gebrek aan beleid voor archeologie wreekt zich vaker

PZC
De Zeeuwse gemeenten en waterschappen voeren geen eigen beleid op het gebied van archeologie. Dat wreekt zich steeds meer nu de aandacht voor behoud van het archeologisch erfgoed toeneemt, mede door het Verdrag van Malta, dat ook Nederland onderschrijft.
Door het gebrek aan beleid haken de gemeenten en waterschappen ook nauwelijks in op de inspanningen van Rijk en provincie. Als ze advies nodig hebben steunen ze sterk op de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland. Die kan het werk dat toestroomt, niet allemaal aan.
Dit bleek afgelopen vrijdag uit een betoog van provinciaal archeoloog R. van Dierendonck, bij de presentatie van de Archeologiebalans 2002 in Middelburg. Hij zag wel enig licht: Middelburg, Veere en Vlissingen overleggen over de tijdelijke aanstelling van een gemeentelijk archeoloog. Van Dierendonck gaf aan dat bij het maken van plannen die ingrijpen in stad, dorp en land, steeds meer archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Hij schreef dat vooral toe aan het provinciaal beleid. Desondanks gaat het regelmatig mis, vooral bij gemeentelijke plannen en vergunningen die niet aan de ruimtelijke ordening worden getoetst. De waterschappen gaan hun eigen weg.
In 1998 werden acht archeologische onderzoeken gedaan, in 2000 inmiddels 43 en in 2002 meer dan 100. Daarvoor worden vooral particuliere bureaus ingehuurd. Enkele bedrijven die veel archeologisch onderzoek in Zeeland doen, zijn in aantal werknemers verdrievoudigd en zelfs verzesvoudigd. Om aan de sterke toename van de vraag te kunnen voldoen, zag Van Dierendonck onder meer als oplossing de aanstelling van regionale archeologen.
S. van Dockum, plaatsvervangend directeur van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, lichtte de (eerste) Archeologiebalans toe. Die schetst de stand van zaken van de archeologische monumentenzorg en geeft de bedreigingen van ruimtelijke ingrepen aan. Voor Zeeland zijn opgenomen het kleigebied en de Voordelta/Zeeuwse stromen.
Uit de balans blijkt dat de archeologische kennis over het kleigebied - zo ongeveer de hele provincie - overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Alleen over de laat-Romeinse Tijd tot het begin van de Middeleeuwen (270-900) is minder bekend. Over de Voordelta / Zeeuwse stromen wordt opgemerkt dat regelmatig vondsten uit de Oude en Midden Steentijd (35.000-6450 voor Christus) worden gedaan. De Voordelta is van belang door aanwezigheid van oude scheepswrakken.
De oostelijke Westerschelde is een gebied met kansen en bedreigingen. Resten uit de Steentijd, verdronken dorpen en scheepswrakken worden aangetast door bijvoorbeeld industrie en woningbouw in de Kanaalzone (en een tunnel bij Sluiskil), glastuinbouw in Reimerswaal en de Kanaalzone en de afkalving van het Verdronken Land van Saeftinge.


Reacties

naam

email

website

Je reactie:

gegevens onthouden   gegegevens vergeten

   

[html toegestaan]