Reacties



[Vorige] [Project 0] [Volgende]

Apeldoorns ijzer krijgt plaats in museum

Apeldoornse Courant
Apeldoorn gaat meer doen met de winning van ijzer in de vroege middeleeuwen. Er komen leskisten voor scholen, een spreekbeurtkist en ruime aandacht voor de Apeldoornse ijzergeschiedenis in het nieuwe museum.
IJzer hoort een prominente plek te krijgen in Apeldoorn en in de kennis van de Apeldoornse geschiedenis. Met een brochure, en later nog twee leskisten, een spreekbeurtkist en een speciale afdeling in het nieuwe museum, moeten bezoekers ervan worden doordrongen dat Apeldoorn in de vroege middeleeuwen een belangrijk centrum van de winning van ijzer was.
J. Weertz, medewerker archeologie van de gemeente, omschrijft het Apeldoorn tussen de jaren 700 en 1000 als het Ruhrgebied van Nederland. Onderzoekers hebben op basis van de vondst van een grote slakkenhoop in het Orderbos van 650.000 kilo berekend dat daarbij meer dan 200.000 kilo ijzer is gewonnen. En dat is veel meer dan de plaatselijke behoefte aan ijzer, zodat de conclusie is dat Apeldoorn en omgeving op grote schaal ijzer moet hebben geëxporteerd.
Weertz wijst ook op een krantenbericht uit 1872, waarin een Eindhovens bedrijf burgers oproept om ijzererts in te leveren. In het artikel wordt gesproken over de ijzervelden bij Apeldoorn. Daarnaast is er op de plek van een oude nederzetting in het Kootwijkerzand opvallend duur aardewerk gevonden. ‘Die mensen waren rijker dan gebruikelijk. Dat zou kunnen wijzen op de export van ijzer‘, zegt Weertz. Het Apeldoornse ijzer werd vooral gewonnen uit klapperstenen. Die zijn nog voor de laatste ijstijd ontstaan in rivieren in het gebied. Om een kluitje leem zette zich ijzererts af, een verbinding van ijzer, zuurstof en silicium ofwel kiezel. Soms droogde de leem later in, ontstond ruimte in de steen en kon je ermee ‘klapperen‘.
De gletsjers in de laatste ijstijd schoven de lagen met klapperstenen omhoog, zodat ze als aders in een schimmelkaas aan de oppervlakte kwamen, legt Weertz uit. En zodat ze konden worden gewonnen door vroegmiddeleeuwse bewoners van de Veluwe. Zo zijn er op de Asselse hei nog honderden meters aan kuilen te zien, waar ooit naar klapperstenen werd gegraven.
De klapperstenen werden vervolgens gebroken en in een oven verhit. Daarbij verdween de zuurstof uit het ijzererts, nodig om een kwalitatief hoogwaardig ijzer te krijgen, en smolt het silicium. In en om Apeldoorn moeten duizenden van die ovens hebben gestaan waarin het halve bosbestand van de Veluwe is opgestookt. De grootschalige ontbossing betekende het ontstaan van de zandverstuivingen.
Voorbeelden van klapperstenen, en het voor Apeldoorn meer zeldzame ijzeroer, liggen nu te verstoffen in magazijn van het Historisch Museum. Volgens plan komt er in het nieuwe museum een betere plek. Mogelijk komt er ook een toeristische route langs bekende en minder bekende vindplaatsen die met de ijzerwinning te maken hebben.


Reacties

naam

email

website

Je reactie:

gegevens onthouden   gegegevens vergeten

   

[html toegestaan]